Niet alle drukte is te veel

27-03-2026

Waarom sommige kinderen juist beweging nodig hebben om tot rust te komen

Ik vraag een kind om stil te zitten, maar juist dan begint het wiebelen.

Een voet die tikt. Een stoel die schuift. Een lichaam dat niet lijkt te passen bij het moment.

Voor de buitenwereld ziet het eruit als onrust.
Of als druk gedrag.
Soms zelfs als storend.

Maar niet alle drukte betekent dat het te veel is.

Soms betekent het juist dat er iets ontbreekt.

We denken bij druk gedrag vaak aan overprikkeling. Dat een kind te veel binnenkrijgt en daarom onrustig wordt.

En soms klopt dat.

Maar er is ook een andere kant.

Sommige kinderen hebben juist méér prikkels nodig om goed te kunnen functioneren. Hun lichaam zoekt beweging, druk of activiteit om alert te blijven of spanning te reguleren.

Waar een overprikkeld kind rust nodig heeft, heeft een onderprikkeld kind juist beweging nodig.

Wat van buiten druk lijkt, is van binnen vaak een poging om in balans te komen.

Het lichaam probeert iets te regelen.

Dat vraagt om een andere manier van kijken.

Niet meteen: "Stop daarmee."
Maar: "Wat heeft jouw lichaam nodig om mee te kunnen doen?"

Dat betekent niet dat alles maar mag. Grenzen blijven belangrijk.

Maar binnen die grenzen is ruimte nodig om te ontdekken wat werkt.

Voor sommige kinderen helpt het om even te bewegen voordat ze weer gaan zitten. Of om tijdens het werken iets in handen te hebben. Iets zwaars dragen, kort springen, even staan in plaats van zitten — het zijn kleine aanpassingen die een groot verschil kunnen maken.

Beweging wordt dan geen afleiding, maar een hulpmiddel.

Sommige kinderen moeten eerst bewegen om tot rust te komen.

En dat verandert ook iets in hoe een kind zichzelf gaat zien.

Niet als iemand die steeds "te druk" is.
Maar als iemand die leert wat zijn lichaam nodig heeft.

Soms helpt het om dat samen te onderzoeken.

Wat gebeurt er als je even beweegt?
Helpt het om daarna beter te luisteren?
Of wordt het juist te veel?

Zo groeit het inzicht.

En daarmee ook de regulatie.

Wat we soms vergeten, is dat we kinderen vragen om hun lichaam stil te houden, terwijl hun lichaam iets anders nodig heeft om tot rust te komen.

Voor de één is dat stilte.
Voor de ander is dat eerst beweging.

Misschien helpt het om dat te onthouden op een moment dat een kind weer begint te wiebelen.

Niet alle drukte is een probleem dat opgelost moet worden.
Soms is het een poging tot balans.

Je kind doet niet lastig.
Je kind probeert zichzelf te helpen.

En als we dat leren zien, kunnen we beter begeleiden in plaats van alleen begrenzen. 

Share