Je kind leent jouw zenuwstelsel
Over co-regulatie, meltdowns en waarom kalm blijven geen trucje is maar een voorwaarde
In mijn vorige blog schreef ik over prikkels en zelfregulatie. Over hoe gedrag informatie is. Over het prikkelverhaal achter druk of teruggetrokken gedrag. Maar wat gebeurt er als een kind zó overspoeld raakt dat zelfregulatie niet meer lukt?
Dan komen we bij co-regulatie.
Als een kind zichzelf niet kan reguleren, leent het jouw zenuwstelsel om dat te doen. Dat is co-regulatie. Het betekent dat jouw rust, jouw ademhaling, jouw toon en jouw aanwezigheid letterlijk helpen om het zenuwstelsel van je kind weer te laten zakken.
Co-regulatie is niet kalm blijven om het goed te doen, maar kalm blijven zodat je kind kan landen.
Eerst leen jij je rust uit, later leert je kind zijn eigen rust vinden.
Dat klinkt eenvoudig. In de praktijk is het allesbehalve makkelijk.
Wat er gebeurt tijdens een meltdown
Impulsiviteit en zogenaamd 'vervelend gedrag' ontstaan wanneer emoties oplopen. Niet omdat een kind zich niet wíl gedragen, maar omdat het zenuwstelsel in een soort error schiet door oplopende stress of overprikkeling.
De emoties gieren door het lichaam. Het kind schiet in hoog tempo naar een staat van hoge alertheid en raakt overweldigd. In die toestand kan een kind niet logisch nadenken. Uitleg komt niet binnen. Reflecteren lukt niet.
Dat komt later.
Op het moment zelf is het brein bezig met overleven, niet met leren.
En toch verwachten we vaak dat een kind "gewoon stopt" of "normaal doet". Soms omdat we ons aangevallen voelen. Soms omdat we ons bekeken voelen. Soms omdat we denken dat streng optreden opvoedkundig juist is. Maar een kind dat in zo'n staat zit, kan niet zomaar schakelen naar rust. Het brein heeft meer tussenstappen nodig om terug te keren naar overzicht.
Ze doen niet moeilijk. Ze hebben het moeilijk.
Co-regulatie vraagt zelfregulatie
Als ouder of professional blijf je in zo'n moment rustig en met weinig woorden present. Niet uitleggen. Niet analyseren. Niet corrigeren. Eerst reguleren.
Vaardigheden leer je een kind niet in het heetst van de strijd. Die leer je ná de regulatie, wanneer het zenuwstelsel weer veilig genoeg is om te kunnen leren.
Dat vraagt iets van ons. Want co-regulatie begint bij zelfregulatie. Als wij zelf overspoeld raken, schiet het systeem van het kind nog verder omhoog. Een rustig zenuwstelsel naast een ontregeld zenuwstelsel werkt regulerend. Twee ontregelde systemen versterken elkaar.
Voor neurodivergente kinderen – kinderen bij wie het brein net wat anders informatie verwerkt, zoals bij ADHD, autisme of hoogsensitiviteit – is dit vaak nog intensiever. Hun zenuwstelsel kan sneller overbelast raken of meer tijd nodig hebben om terug te keren naar rust. Ze hebben geen strengere ouders nodig. Ze hebben ouders nodig die begrijpen hoe hun zenuwstelsel werkt.
En daar zit soms nog een extra laag. Neurodivergentie is erfelijk. Dat betekent dat wij als ouder onszelf én ons kind moeten reguleren. Dat is een proces. Een zoektocht. Soms met uitputting. Soms met frustratie. Vaak met diepe liefde en betrokkenheid.
Het probleem is niet het kind
In onze maatschappij zien we een kind dat uit zijn plaat gaat al snel als een probleem. We zoeken de oorzaak in slecht ouderschap of in een kind waar iets 'mis' mee is.
Maar achter boos, impulsief en explosief gedrag zit meestal een kind in nood. Een kind dat worstelt met regulatie binnen een overweldigd zenuwstelsel. Wanneer een meltdown de enige manier van communiceren is die nog overblijft, is dat geen manipulatie. Het is een noodsignaal.
Het stoppen van de meltdown is niet het doel. Het doel is om een kind te leren hoe het kan terugkomen uit grote emoties. Hoe het lijf weer kan zakken. Hoe het weer overzicht kan krijgen.
En dat leren we eerst voor onszelf.
Zodat we een kalme respons kunnen geven in plaats van een impulsieve reactie.
Voor sommige gezinnen raakt dit onderwerp nog een laag dieper.
Als neurodivergente ouder(s) van neurodivergente kinderen doen we net zo goed ons uiterste best. We dragen dezelfde hoop, dromen, wanhoop en uitputting als iedere andere ouder. Alleen vaak met een extra laag van stigma die kan isoleren. We zien ons kind soms vaker vallen waar andere kinderen lijken te floreren. We verliezen soms mensen of omgevingen omdat ons gezin niet past binnen bepaalde maatstaven.
Maar ouderschap is geen toneelstuk waarin we elkaar moeten beoordelen of verbeteren. Het is een unieke en heilige relatie waarin we procesmatig zoeken naar wat ons kind nodig heeft – en wat wij nodig hebben. Dat is voor ieder gezin anders.
Laten we elkaar meer waarderen in die zoektocht. De meeste ouders handelen vanuit liefde en intentie, ook als het soms rommelig of intens is.
Het delen van dit verhaal komt voort uit mijn eigen proces als onderdeel van een neurodivergent gezin. Een proces van rouw, groei en opnieuw leren kijken. Daarom vind ik het belangrijk om erover te spreken. Misschien kan onze tocht herkenning geven. Misschien steun. Misschien alleen de geruststelling dat je niet alleen bent.
Co-regulatie is geen techniek. Het is een relatie. Het is aanwezig blijven wanneer het moeilijk wordt. Het is vertrouwen dat rust besmettelijk is en dat een kind, hoe groot de emotie ook is, uiteindelijk weer kan terugkeren naar evenwicht – met ons naast zich.
En soms begint dat simpelweg met blijven staan.
