Achter druk gedrag zit een prikkelverhaal
Gedrag is informatie – wat kinderen ons laten zien als we echt kijken.
In deze blog neem ik je mee in de wereld van zintuiglijke prikkels, spanning en zelfregulatie. Als leerkracht, Relax Kids-coach en Rots & Water-trainer zie ik elke dag wat prikkels met kinderen doen. In mijn klas, tijdens trainingen en in gesprekken met ouders kom ik ze allemaal tegen: het wiebelende kind, het stille kind dat uit lijkt te staan, het kind dat ineens ontploft en het kind dat voortdurend grenzen opzoekt. Wat ik in al die jaren heb geleerd, is dit: gedrag is geen probleem op zich. Gedrag is informatie. En misschien nog belangrijker: het doel is niet dat een kind zich gedraagt. Het doel is dat een kind leert reguleren.
Gedrag is informatie
Wanneer een kind druk is, boos reageert of zich juist terugtrekt, kijken we vaak eerst naar het zichtbare gedrag. Maar onder dat gedrag zit bijna altijd een lijf dat iets probeert te vertellen. Veel volwassenen denken bij prikkels vooral aan geluid of drukte, maar kinderen verwerken de hele dag informatie via acht zintuigen: zien, horen, ruiken, proeven en voelen, én evenwicht, beweging en spierspanning en interoceptie – het van binnen voelen van honger, dorst, spanning, buikpijn of een volle blaas.
Als ik met deze prikkelbril kijk, zie ik iets anders. Een kind dat wiebelt kan extra beweging nodig hebben om alert te blijven. Een kind dat plots snauwt kan honger of spanning voelen maar dat nog niet herkennen. Een kind dat niet reageert kan juist te weinig prikkels doorkrijgen. Dat vraagt niet om strenger optreden, maar om beter afstemmen.
Even weggaan is vaak zelfregulatie
In mijn klas zie ik regelmatig kinderen die vaak naar de wc willen of even uit de situatie stappen. Vroeger dacht ik misschien aan vermijding. Nu kijk ik anders. Vaak is het een overvol hoofd dat rust zoekt. Als dat vaker gebeurt, zie ik het als een poging tot zelfregulatie. Het kind probeert zichzelf te helpen.
Op school kan het helpend zijn om met pauzekaarten te werken, bijvoorbeeld drie per dag. Het kind levert een kaart in wanneer het een korte pauze neemt. Zo leert het bewust kiezen en mist het niet te veel instructie. Thuis kun je één vaste pauzeplek maken. Geen strafplek, maar een regulatieplek met iets dat helpt: een luisterboek, een rustig hoekje of iets om te friemelen.
En soms is het tegenovergestelde nodig. Sommige kinderen willen weg omdat ze te lang moeten stilzitten. Dan is niet kalmeren, maar bewegen de oplossing.
Druk gedrag: onder- of overprikkeld?
Een hardnekkig misverstand dat ik vaak zie, is dat druk gedrag automatisch als overprikkeld wordt gezien. In de praktijk zie ik minstens zo vaak onderprikkeling.
Let goed op de sfeer van het kind. Zie je spanning, irritatie en snel uitvallen, dan past kalmeren meestal beter. Zie je enthousiasme, stralende ogen en een kind dat "aan" staat, dan kan het zijn dat het juist op zoek is naar meer prikkels.
In dat geval helpt activeren: kort bewegen, iets zwaars dragen, staand werken, even springen of rennen. Het doel is niet dat een kind stilzit. Het doel is dat een kind alert genoeg is om te kunnen leren.
De invloed van schermen op het prikkelglas
Wat ik de afgelopen jaren steeds duidelijker zie, is hoe gewend kinderen zijn geraakt aan snelle, intense prikkels. Beelden wisselen razendsnel, beloning is direct en verveling wordt nauwelijks meer verdragen. Het gewone leven – een uitleg in de klas, een gesprek aan tafel, zelfstandig spelen – voelt daardoor soms langzaam en minder interessant.
Ik zie het terug in sneller verveeld zijn, minder frustratietolerantie en moeite met wachten of volhouden. We vragen concentratie van kinderen die gewend zijn aan constante dopaminepieken. Dit is geen pleidooi voor perfect ouderschap, wel voor bewust kijken.
Kinderen hebben echte, lichamelijke ervaringen nodig om hun zenuwstelsel gezond te ontwikkelen. Ze moeten klimmen, rennen, ravotten, vallen en weer opstaan. Ze moeten voelen hoe hun hart sneller gaat kloppen en hoe spanning ook weer zakt. Zelfregulatie ontwikkel je niet op een scherm. Zelfregulatie ontwikkel je in het lijf.
Wat heeft dit kind nú nodig?
Voor kinderen die snel overprikkeld raken, helpt voorspelbaarheid enorm. Maak drukke momenten overzichtelijk. Hoe lang duurt het? Waar zit of staat het kind? Wat mag het doen als het te veel wordt? Beperk keuzes tot twee, want te veel opties vergroten vaak de spanning.
Kleine aanpassingen maken verschil: een rustige werkplek, minder visuele drukte, meer beweegruimte of een korte body-check waarbij je samen nagaat of er dorst, honger, spanning of een volle blaas is.
Maar boven alles: blijf kijken achter het gedrag. Vraag jezelf niet alleen af waarom een kind zich zo gedraagt, maar wat het gedrag vertelt over het prikkelglas van dat kind. Is het glas te leeg of loopt het over?
Het doel is niet dat een kind zich aanpast aan onze verwachtingen. Het doel is dat een kind leert voelen wat het nodig heeft en daar stap voor stap woorden en strategieën voor ontwikkelt. Minder corrigeren, meer begeleiden. Minder scherm, meer lijf. Want uiteindelijk willen we geen kinderen die alleen maar braaf zijn, maar kinderen die zichzelf begrijpen.
In een volgende blog schrijf ik meer over co-regulatie: waarom kinderen in stress ons zenuwstelsel "lenen" en waarom kalm blijven geen trucje is maar een voorwaarde.
